Jaagpad
Op het Jaagpad, waar vaak mannen drommen als het stuifmeel zwiert en het van bijen gonst de vrucht bepoteld op de paardenblommen waar alles zindert van een Breugels bronst.
Op het Jaagpad, waar soms meiden dwalen
die wel weten van het nakend jachtseizoen
waarin Abrahammen mosterd komen halen
maar altijd rood, want niemand houdt van groen.
Klaroengeschal, daar spatten jonge honden
het oor gespitst, het spiedend oog vol glans
met schuim en kwijl want eindelijk ongebonden gedreven drift voor baasjes paringsdans.
De jagers weten nu hun tijd gekomen
ze zien verheugd hoe daar een hond al likt
gedaan nu met die vele natte dromen
het is tijd voor actie: daar is er een gestrikt.
Dus kom, in het geweer en loops vooruit
de prooi wordt jager de jager prooi
en beiden begerig naar de buit
wat is zo’n jachtpartij toch mooi!
Eerst wordt gevild dan pas geschoten
wel vreemd die fasen van de jacht
maar ach, beiden hebben flink genoten
en na afloop volgt er nooit een klacht.
Lucas Kruse







